prof. dr. Cees Zwart (1934) was hoogleraar sociale pedagogiek aan de
Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar organisatieontwikkeling en
menselijke kwaliteit aan de Katholieke Universiteit Brabant (Tias
Business School).
Verder was hij jarenlang actief in ontwikkelingsstrajecten, niet alleen
als begeleider, maar ook als bestuurder.
Hoewel volgens gangbare maatstaven 'Pensionado' is hij nog steeds actief
als verteller, publicist en raadgever. De laatste jaren houdt hij zich
vooral bezig met de volgende vraagstellingen:
- Is er sinds de gebeurtenissen van 11 september 2001 sprake van een paradigmashift van sturing op onkwetsbaarheid naar sturing op kwetsbaarheid?
- Kan verzoening een strategie worden, die effectiever is dan vergelding? Zo ja, onder welke condities
- Moeten toestanden van ver uit evenwicht bij turbulentie beheersbaar of ontwikkelbaar gemaakt worden?
- Wat is de wisselwerking tussen persoonlijke en institutionele integriteit?
- Hoe werken deugden en ondeugden als krachten en tegenkrachten bij de ontwikkeling van moderne morele kernkwaliteiten?
- Hebben leiders iets aan inclusief denken, voelen en handelen?
- Wat is de betekenis van actieve wederkerigheid, resp. respectvolle dialoog voor moderne gemeenschapsvorming?

Elke mens laat zich in het leven bewust of onbewust leiden door inspiratie(s). Inspireren (Latijn: Inspiro) stond oorspronkelijk voor iets diep inademen, inblazen, of ook in geestvervoering brengen. Tegenwoordig hebben we het liever over een 'mindset', die iemands denken voelen en willen een bepaalde uitstraling geeft en die door anderen herkend en opgepakt kan worden. Of door anderen juist afgewezen dan wel bestreden kan worden. Hierbij valt te bedenken, dat er zowel mooie als lelijke, zowel constructieve als destructieve inspiraties zijn.
Hoe dan ook, geïnspireerd zijn wil zeggen, dat je innerlijk bent
aangeraakt door iets wat je zonder aarzeling of terughouding als zo
wezenlijk beleeft, dat het je buitengewoon ter harte gaat. We kunnen dit
ook een vorm van bezieling noemen.
Zeg maar, dat het innerlijk leven meer dan dagelijkse glans krijgt. Het
raakt om zo te zeggen in een toestand van staande trilling.
Het kennen van onze inspiratiebronnen kan er dus toe bijdragen, dat we
onze persoonlijke of gezamenlijke bezieling met meer innerlijk
meesterschap leren benaderen en hanteren. Dit is in deze tijd van niet
onaanzienlijke verwarringen mooi meegenomen.
Ik heb het voorrecht gehad om tijdens mijn studie (1954-1960) aan de toenmalige Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam drie inspiratiebronnen te leren kennen, die veel kleur hebben gegeven aan mijn latere beroepsbiografie.
Om te beginnen was er de voor mij meeslepende visie van Joseph Schumpeter (econoom), dat het economisch leven zich van binnenuit transformeert door een proces van 'creatieve destructie'. Goed ondernemerschap vervult hierbij een sleutelrol, omdat het door nieuwe combinaties van productiefactoren voor zinvolle innovatie zorgt.
In de tweede plaats kwam ik innerlijk in beweging door de visie en het werk van de Joodse psychiater Erich Neumann. Hij zet de mens neer als de 'kritische succesfactor' voor de toekomstige ontwikkeling van de samenleving. En wel in die zin, dat hij het boze of het kwade in de samenleving ontmythologiseert door de uiteenzetting ermee te beschrijven als een onontkoombaar louteringsproces van het eigen innerlijk leven.
Tenslotte was er Bernard Lievegoed (arts en sociaal pedagoog), die mijn leermeester is geworden. Hij inspireerde mij vooral met zijn visie op ontwikkeling als een proces met een open eind. Een proces ook, waarin de vrije menselijke keuze beslissend kan zijn voor wendingen ten goede of ten kwade.Verder was hij belangrijk voor mij als student, omdat hij voordeed wat de kracht kan zijn van conceptuele vaardigheid.
Niet veel later kwamen de drie inspiratiebronnen in een nieuw licht te staan door mijn ontmoeting met de Antroposofie. Tijdens mijn studie was ik er al mee in aanraking gekomen, maar het duurde toch nog enige tijd, vóórdat ik de Antroposofie concreet kon begroeten als de inspiratiebron achter de inspiratiebronnen uit mijn studietijd. De Antroposofie is een beweging, die gesticht is door dr. Rudolf Steiner (1861-1925) met het doel een cultuurvernieuwende impuls te brengen, die spiritualiteit en rationaliteit niet beschouwt als tegenstrevers, maar als metgezellen op een ontwikkelingsreis.
Op mijn verdere zoektocht naar zingeving heeft de Antroposofie zowel in mijn persoonlijk leven als in mijn beroepsleven in hoge mate bijgedragen aan een gevoel van toenemende levensvervulling. Vervulling staat niet gelijk aan tevredenheid. Wie tevreden is hoeft niet meer zo nodig. Ik heb echter in de loop der jaren gemerkt, dat ik mijn inspiratiebronnen steeds zelf moet blijven voeden.
Ik wil hier, in samenhang met deze website, twee 'leerstukken' noemen, die door de Antroposofie geleidelijk aan vaste oriëntatiepunten voor me zijn geworden. Als sterrenbeelden. Die hebben de eigenaardigheid, dat je ze niet kunt invoeren, maar je kunt er wel op koersen.
In het eerste leerstuk is het centrale gezichtspunt, dat de werkelijkheid gelaagd is. Er is sinds enkele eeuwen een hardnekkige neiging om de volle werkelijkheid te reduceren tot wat meetbaar en berekenbaar is. Weten is meten! Dit klopt binnen een wereldbeeld en een mensbeschouwing, waarin materieel realisme alles beheersend is. Alleen materie is reëel. Al het andere is schijn, speculatie.Wanneer we ons onwel voelen, maar de arts heeft geen concrete fysiek lichamelijke indicatie in handen dan zit het dus slechts 'tussen de oortjes'. Jammer dan! Niet behandelbaar, want niet reëel.
Maar er is ook zoiets als geestelijk realisme. Dit heeft zelfs een veel
langere traditie dan het nog betrekkelijk jonge materieel realisme. Het
wordt tijd, dat we het geestelijk realisme herontdekken. En het weer
leren benutten door ook het onmeetbare en het onberekenbare een
volwaardige betekenis en werking toe te kennen. In het dagelijkse leven
doen we dit trouwens al min of meer ongemerkt. Waarom zeggen we anders,
dat niets zo praktisch is als een goed idee? Waarom zijn rechters
gehouden om niet alleen naar de letter, maar ook naar de geest van de
wet te oordelen? Waarom vinden we dat een gebouw een bepaalde geest
ademt en een boek de belichaming is van een bepaalde geestesgesteldheid?
Waarom zijn we het er met z'n allen 'hartstikke' over eens, dat een
voetbalwedstrijd in een uitgesproken geest van sportiviteit of
onsportiviteit gespeeld is? En ga zo maar door.
Kortom: geest is nooit zonder materie en materie is nooit zonder geest.
Materie en geest zijn en blijven om zo te zeggen voortdurend met elkaar
in dialoog, in allerlei varianten. Zo ontstaat er een gelaagde
werkelijkheid, die in feite altijd een mengvorm is.
In het tweede leerstuk draait alles om het gezichtspunt, dat de schepping niet voltooid, maar nog in ontwikkeling is. De kosmische evolutie is nog in volle gang. Er is weliswaar een verleden, maar dit blijkt nooit echt afgesloten te zijn en er is ook een toekomst, die nog niet aangebroken is en dus als mogelijkheid open ligt. Tussen verleden en toekomst bestaat een creatieve spanning, die de bron is van permanente omvorming. Geleidelijk of schoksgewijs.
Zo bezien, is en blijft de schepping 'werk in uitvoering'. Wat heeft dit
voor bedoeling? We zijn onderweg om de idee en de werkelijkheid van de
vrijheid te vervolmaken en te verankeren in het kosmische
assortiment.Dit is niet langer een aangelegenheid van de Goden alleen.
De mens krijgt meer en meer een sleutelrol. Toenemende emancipatie en
mondigheid zijn de uiterlijke tekenen.
Of de vervolmaking gaat lukken, hangt in belangrijke mate af van de
vraag wat de mens doet met de reeds verworven vrijheden, maar meer nog
dan dit zal het voor de toekomst beslissend zijn, hoe de mens zich als
sturende factor in de stroom van de ontwikkeling inzet: Met zinnige of
met onzinnige leidbeelden, met eerbied voor het verleden en hoop voor de
toekomst, of louter opportunistisch, slechts het hier en nu
manipulerend.
Hierbij valt te bedenken, dat het streven naar vrijheid in het leven een drievoudige prijs heeft, namelijk de mogelijkheid van dwaling in het intellectuele leven, onechtheid in het emotionele leven en ontsporing in het intentionele leven. Het is niet anders. De kardinale vraag is, of de mens de bereidheid en de inzet heeft om deze drievoudige prijs zo laag mogelijk te houden door in de loop van het leven herkenbare authenticiteit te verwerven.
In mijn beroepsleven hebben deze twee leerstukken krachtig doorgewerkt. En nog steeds zijn ze bronnen van inspiratie. De weerspiegeling hiervan is vooral terug te vinden in de volgende professionele standpunten:
- Ik ben van mening, dat we het niet langer moeten hebben over veranderkunde, maar over ontwikkelkunde. Dit doet meer recht aan de huidige maatschappelijke dynamiek, die gekenmerkt wordt door turbulentie, risico en onveiligheid. Ontwikkelkunde geeft de mogelijkheid om ook te letten op zinvolle bestendiging van biografische essenties. Zo wordt voorkomen, dat verandering een doel op zichzelf wordt, of ontaardt in een pure vlucht naar voren. In de creatieve spanning van bestendiging en verandering ontstaat zicht op en realiteitszin voor de aard en de richting van omvorming.
- Mensen, groepen, organisaties, instituties en gemeenschappen zijn gelaagde entiteiten. Ze hebben een eigen kern, die wezenlijk en uniek is, maar ze hebben ook een uiterlijke verschijningsvorm, een concrete gestalte. Daartussen speelt zich van alles af.
- De ontwikkelkunde is er niet alleen voor professionals, maar voor iedereen, die het principe van de inclusieve zelfsturing wil beoefenen. In de geest van dit principe, is zelfgroei geen doel op zichzelf, maar een opstapje voor persoonlijk meesterschap ten dienste van gezamenlijke doelstellingen en ambities.
- Modern leiderschap krijgt zo bezien de functie om een steeds in de ontwikkelingsstroom passende mix van aansturing en zelfsturing te bevorderen.
De volledige samenhang en operationalisering van deze gezichtspunten is te vinden in de volgende boeken:
Zwart, Cees (1973) Gericht veranderen van organisaties, Rotterdam, Lemniscaat.
Zwart Cees, Middel Bert (2005) Omvormen van jezelf en de wereld om je
heen. Een uitnodiging tot de ontwikkelkunde, Assen, Van Gorcum.

